Hallo allemaal,
Deze blog schrijven is het laatste ding dat ik nog moet doen in 23 dingen: het bekijken van de webcommunities voor bibliothecarissen en daar wat over schrijven. Ik was vrij snel lid van de eerste, die inmiddels behoorlijk is gegroeid. Helaas ben ik geen trouw lid. Schrijven op mijn blog doe ik nauwelijks wegens gebrek aan tijd, er zijn andere zaken waar ik druk mee ben. Ik zit graag in mijn huisje en beschouw de wereld. Een echte virtuele burger ben ik niet, nog niet?

Slotgedachte bij het eind van de 23 dingen cursus. Hoe zit het met de virtuele wereld en kennis en de bibliotheek? Je vindt alles op Internet, maar wat betekent dat. Ik was laatst in Luik, in een oude kerk. Daarin stond een eveneens oude doopvont, 11e eeuw, van messing. Een soort stripverhaal vol met symbolische verwijzingen. Johannes de Doper, Christus die gedoopt werd, de heilige drievuldigheid. We kregen uitleg van een Nederlands sprekende Waal. Dat doopvont kun je opzoeken, googelen, maar kom je dan ook op de bijbehorende verhalen? Welke verhalen werden op die dag aan ons en door ons verteld? Het verloren wasprocedé dat gebruikt is om deze doopvont te gieten. Het bijbelverhaal zelf. Het probleem van de heilige drievuldigheid dat geleid heeft tot een schisma in de katholieke kerk (tussen de westerse rooms-katholieken en de oosterse orthodoxen). Het verhaal dat het doopvont niet uit het oosten afkomstig kon zijn waar het verloren wasprocedé in die tijd meer in gebruik was, maar in het westen gemaakt moest zijn. Dat komt niet vanwege het probleem met de heilige drievuldigheid, maar omdat orthodoxe godsdiensten iconoclasten zijn. Dat wil zeggen dat je geen beelden mag maken van de Schepper en de mens, creatie is voorbehouden aan God. Het maken van de op de doopvont voorkomende beelden waren in het oosten verboden in de 11e eeuw. Zoals nu in de Islam nog steeds het geval is, en reden waarom er ooit bij ons een beeldenstorm is geweest. Volgende verhaal: die heilige drievuldigheid is een mysterie, in het leven geroepen door een keizer omdat hij het zat was te luisteren naar filosofen en theologen. Welke keizer weet ik niet meer, kan het opzoeken, maar na 3 dagen twist had hij de simpele oplossing op de vraag of er nu wel of niet sprake zou zijn van de heilige drievuldigheid. Zij die het oordeel “er is een heilige drievuldigheid” niet wensten te aanvaarden mochten mee met de beul naar buiten voor een indringend functioneringsgesprek met gelijk een beslissende uitslag met behulp van een zwaard.

Zo met elkaar pratend deelden we heel wat kennis. Hadden mijn gezelschap en ik die kennis nou ook verworven als wij alleen over Internet de beschikking hadden gehad in onze jeugd? Ik weet het niet en daar zit denk ik veel twijfel over de huidige ontwikkelingen. Geisoleerd van context vindt je veel op Internet, maar een heel verhaal waarin alle complexe nuances en zijpaden aan bod komen, dat is mijn vraag.
Interesses in dit soort verhalen, de verwondering over wat achter dingen en gebeurtenissen schuilgaat, heb ik opgedaan door het lezen van boeken uit de openbare bibliotheek. Daar was een schat. Die schat zit nu op internet, zo wordt gezegd, maar de zoektocht naar die schat is heel wat lastiger omdat hij in miljoenen of miljarden stukjes is geknipt en gemixt met van alles en nog wat. Hoe zorgen wij ervoor dat de verhalen nog steeds verteld worden op een manier die de dingen in al hun wonder toont en niet blijft steken in blote feitelijkheden, informatie.
Die verwondering is ook te zien op Internet, dat heb ik geleerd in deze korte cursus, maar anders. Het verhaal is al lang onder ons en overleeft nog wel wat millennia. Zonder verhaal geen cultuur en geen mensen. Die verhalen worden anders verteld, anders geleerd en anders bestudeerd. Hoog tijd dat de bibliotheek de originele inzet, het doorgeven van verhalen, van verwondering, van cultuur, verhalen over begrip en onbegrip, in de wereld van vandaag op de manier van vandaag doorgeeft. De techniek is niet het probleem, het probleem schuilt hem in de verhalenverteller. Die moet de oude verhalen op de nieuwe manier vertellen en dat is de taak waar de bibliotheek van vandaag voor staat.
Een laatste plaatje, om klassiek te eindigen.






